Home What do we offer ? Contact Video

TRAININGS

14/09/2010 - Storytelling Handboek (Tesselaar & Scheringa)

Luisteren naar verhalen of ze vertellen zit in ons bloed, van jong tot oud. Daar professioneel gebruik van maken, in de vorm van storytelling, ligt niet meteen voor de hand. Dit boek legt haarfijn uit waarom en hoe verhalen een krachtig middel zijn om inzicht te geven of te krijgen. Sterke verhalen bevatten daarvoor een aantal narratieve elementen. Tesselaar en Scheringa leggen stap voor stap uit hoe het werkt en wat je er praktisch mee kan doen.


Na enkele gouden eeuwen met zelfs wereldheerschappij zakte Spanje vanaf het einde van de 17de eeuw in een diep economisch, politiek en sociaal dal. In 1829 reisde Washington Irving, een Nood-Amerikaanse diplomaat, van Sevilla naar Granada. Hij leefde een tijd in het Alhambra, dat toen gekraakt werd door een bont lokaal volkje. Hij schreef er “Tales of the Alhambra”, een mengeling van verhalen over zijn reis, de kleurrijke locals en zijn verblijf in het half afgetakelde maar nog steeds indrukwekkende paleis.

Hij doorspekte het boek met mythische verhalen en legendes die zijn reisgenoten hem toevertrouwden. De romantiek van het boek lokte Britse en later ook andere toeristen terug naar het vergeten Andalusië. Zijn verhalen gaven gestalte aan een nieuwe perceptie van Spanje, met zijn mengeling van Moorse, katholieke, heldhaftige en tegelijkertijd wat rommelige facetten. Dingen die, ook vandaag nog, het land een mysterieuze aantrekkingskracht geven. “Tales of the Alhambra” werd zo het startschot voor de uiteindelijke wederopstanding van de streek en het land.

 U raadt het al: tijdens mijn vakantie lagen twee boeken op het nachttafeltje te strijden om mijn aandacht. Washington Irving’s “Tales of the Alhambra” en “Storytelling” van Suzanne Tessalaar en Annet Scheringa vloeiden uiteindelijk mooi in elkaar: theorie en praktijk; feiten en wetenschap tegenover emoties en romantiek.


Wat doen verhalen eigenlijk ?

Ze leggen een brug tussen feiten en emoties. Dat is wat verhalen vertellen of ernaar op zoek gaan zo belangrijk maakt. De auteurs passen “storytelling” daarom al jaren toe bij consulting en training. Ze bevragen gesprekspartners niet rechtstreeks naar feitelijke informatie, maar laten hen “de eigen realiteit” vertellen in de vorm van een verhaal. Goed luisteren levert sneller en completer een beeld van wat er schort of hoe het probleem kan worden opgelost. Want in plaats van droge theorie of platte, nietszeggende verklaringen, hoor je in authentieke verhalen een mix van feiten, emoties en percepties die een beter en vollediger inzicht geven van de realiteit.

Wanneer iemand bijvoorbeeld een verhaal vertelt om te “illustreren” wat er in zijn bedrijf fout loopt, krijg je niet alleen feitelijke informatie. De manier, toon en emoties waarmee het verhaal wordt verteld, geeft in één adem een pak extra informatie: de manier waarop die persoon tegen de feiten aankijkt, wat hij ervan vindt en zelfs waar de oplossing van het probleem in feite zit.

Storytelling werkt uiteraard ook in de andere richting.

Door zelf een (goed voorbereid en bewust gestructureerd) verhaal te vertellen, kan je de feiten en theorie die je wil meedelen meteen kaderen in de context van je eigen emoties, beleving en percepties. Je hebt daardoor een krachtig middel om je feitelijke boodschap sneller en “dieper” over te brengen. Eén goed verhaal kan makkelijk een resem (doorgaans saaie) slides in een Powerpoint presentatie vervangen. Misschien heb je dan niet een hoop details en (voor de toehoorder) bijkomstigheden geprojecteerd, maar de kern van je boodschap is beter doorgekomen en zal allicht ook langer blijven hangen.

Want verhalen hebben nog een derde doel: ze worden ook makkelijk doorverteld. Soms gaan ze zelfs deel uitmaken van het gemeenschappelijk geheugen of krijgen ze legendarische proporties. Denk maar aan Washington Irving’s “Tales”…

Wat zijn verhalen (en wat niet) ?

Mission statements of de doorsnee tekst waarmee het management de medewerkers informeert over de zoveelste reorganisatie zijn geen verhalen. Toch kunnen beiden perfect “verpakt” worden in (één of meerdere) verhalen.

Een echt verhaal is dus authentiek en persoonlijk. Het is waar of wordt “voor waar verteld”, dus met de nodige emotie. Een goed verhaal roept ook emoties op en spreekt met gevoel tot het gevoel. Het staat op zich, met een begin, een “plot” of wending (catharsis?) en een slot.

Een echt verhaal bevat ook steeds een aantal narratieve elementen: een “hoofdpersoon” (held of antiheld, waarmee men zich kan identificeren) en een verhaallijn (met een ontwikkeling, worsteling, dilemma) zijn evident. Maar een echt verhaal bevat ook (minstens) een “tegenstander” en liefst ook “helpers” of “medestanders” die de held doorheen de plot helpen loodsen.

Deze narratieve elementen zetten de auteurs ook tussen aanhalingstekens omdat het niet noodzakelijk mensen hoeven te zijn. Soms vragen Tesselaar en Scheringa aan de deelnemers van hun seminars om een voorwerp te kiezen en het aan de hand van een verhaal voor te stellen. De onderdelen, kenmerken of eigenschappen van het voorwerp nemen dan de functies van narratieve elementen op zich. Mmm… nogal theoretisch, niet? Tijd voor de praktijk:

Een lastige en vierkant draaiende fusie werd door een medewerker voorgesteld aan de hand van enkele stukjes hout, bijeengebonden met diverse elektrische draadjes. Door het verhaal dat erbij wordt verteld, wordt het warrige object plotseling een helder symbool voor de manier waarop zij de fusie ziet. Elk onderdeeltje krijgt een rol en functie: zo kunnen de draden de boel bijeen houden maar ze kunnen ook kortsluiting geven. Het mooie bij deze case was dat de meeste belemmeringen bij de fusie van emotionele aard bleken te zijn. Door het vertellen en luisteren naar de verhalen van de medewerkers ontstond onderling een basis van begrip en vertrouwen. Het fundament was gelegd en de praktische problemen konden vlotter worden uitgeklaard.

Wat maakt “storytelling” sterk ?

Verhalen verbinden mensen. Ze maken nieuwsgierig en enthousiast en zijn dus perfecte middelen om mensen in actie te krijgen, om hen tot andere inzichten te brengen en dus om gedragsveranderingen mogelijk te maken. Dat proces werkt van binnen uit, niet omdat men overtuigd is door harde argumenten en wetenschappelijke feiten, maar omdat men van binnen uit gepakt is door het verhaal.

Verhalen geven zin aan dingen en brengen ze ook beter met elkaar in verband. Ze doen beroep op emoties (blije, droevige, verrassende of rustgevende) en helpen daardoor vaak naar een hoger niveau van begrip te geraken. Vaak helpen ze veranderingen te aanvaarden, wat puur rationeel niet zouden lukken.

Wat het boek “Storytelling” sterk maakt, is uiteraard dat het doorspekt is met verhalen, die de boodschappen van de auteurs prima illustreren. Na een ruime inleiding, waarin een aantal basisprincipes duidelijk worden gemaakt, volgen in drie hoofdstukken een tiental case, gericht op de praktijk van respectievelijk managers, trainers en wetenschappelijke onderzoekers. Elk hoofdstuk wordt afgerond met een “handleiding” hoe men storytelling concreet kan gebruiken.

Op het eerste zicht is het boek soms wat warrig en alleszins worden veel dingen een tikje te veel herhaald. De auteurs leggen ook de brug tussen praktijk, theorie en wetenschappelijke literatuur, om al die aspecten van storytelling aan bod te laten komen. Voor de wat ongedurige lezer (op reis!) die meteen naar de kern van de zaak en de praktische toepassing wou, was dat even slikken. Maar het was die moeite méér dan waard, want het boek opent boeiende perspectieven

En waar is dat nu allemaal goed voor ?

Wanneer je als manager een herstructurering wil laten lukken, wanneer je als marketing manager de echte meerwaarde van je product wil kenbaar maken, wanneer je als trainer een moeilijk concept wil uitleggen en laten assimileren, wanneer je als onderzoeker wil peilen naar wat echt leeft in je doelgroep; in elk van die gevallen kan het vangen, vormen of vertellen van verhalen nuttig zijn. Je moet wel leren luisteren en analyseren, wanneer je verhalen gebruikt om zelf inzicht te krijgen. Of je moet leren gepaste narratieve elementen voor een verhaal te herkennen, verzamelen, ordenen en vorm te geven, om een pakkend en efficiënt verhaal te leren brengen, teneinde inzicht te geven aan je toehoorders.

Een van de grootste uitdagingen van de apotheker is compliance bevorderen, een lastige taak, want dan zitten we in het hoekje van gedragveranderingen en motivatie. Iets waarbij heel bevattelijk uitleggen waarvoor en waarom een medicament moet gebruikt worden een fundamentele kunde is. Voel je ’m komen? Storytelling kan daarbij helpen. Dus ben ik vanuit Andalusië terug gekomen met het plan om Prepare for the Future volgend jaar uit te breiden met een extra module: “De Geneesmiddelenverteller” (voorlopige ondertitel: “Storytelling als zingever bij geneesmiddelentherapie”).

Neen, ik heb die titel niet uitgevonden ergens in het Alhambra. Sus Verleyen, hoofdredacteur Knack, zette de term “geneesmiddelenverteller” enkele weken voor zijn dood in 1997 op het bord tijdens de IFB Management Cursus. Hij drukte me toen op het hart dat de toekomst van de apotheker lag in het “zin geven van medicatie aan patiënten”. Daar had hij toen, als terminale kankerpatiënt, ook behoefte aan gehad. Zijn verhaal, dat sinds mensenheugenis medicijnmannen niet alleen de taak hebben genezende producten te verstrekken, maar dat die des te beter werken wanneer ze er ook bij vertellen waarom en hoe ze gaan werken, is me al die jaren bijgebleven. Dank aan Tesselaar en Scheringa, die me nu op het juiste spoor zetten om de raad van Frans Verleyen eindelijk in daden om te zetten. Een prima boek dus!

 

Dirk Broeckx – 14 september 2010


Storytelling Handboek – Organisatieverhalen voor managers, trainers en onderzoekers
©2008 Suzanne Tesselaar en Annet Scheringa
ISBN 978 90 473 0079 3

www.storytellinghandboek.nl


‹‹‹Back






Copyright © 2019 Dirk Broeckx – All rights reserved.
Privacy beleid | Sitemap
webdevelopment Siteffect