Home What do we offer ? Contact Video

TRAININGS

14/11/2010 - Het Grijze Goud -- Brieuc Van Damme, Itinera Institute

Bent u geboren tussen 1945 en 1965, dan gaat dit u rechtstreeks aan. Bent u jonger, lees dan ook maar verder, want onrechtstreeks zal het u ook raken. Tijdens de voorstelling van “Het Grijze Goud (Hoe babyboomers van ouderenzorg een succesverhaal kunnen maken)” kwamen twee krachtlijnen voor het toekomstige beleid rond ouderenzorg goed tot uiting: Maak ouderenzorg menselijker en prettiger, eerder dan het als “last” te zien, waarbij je ouderen ‘opsluit’ in homes en instellingen. En begin vooral nù met een nieuwe aanpak. Want er rest nog (slechts!) een goed decennium om te voorkomen dat we op volle snelheid tegen de betonnen muur van de vergrijzing botsen, door de grote generatie babyboomers die in de ouderenzorg terecht gaan komen. We hebben vandaag geen strategie en geen financiële reserves om die generatie in de ouderenzorg op te vangen. Toch hoeft het geen drama te worden, maar een opportuniteit, op voorwaarde dat we de realiteit onder ogen durven zien.

Pak het probleem nù aan
Met “Het Grijze Goud” geeft Itinera een meer dan nadrukkelijk schot voor de boeg om de aandacht van beleidsmakers én alle betrokkenen te trekken. “We gaan er allemaal mee geconfronteerd worden als we niet snel en ingrijpend de aanpak beginnen te veranderen”, zei Marc De Vos, CEO van Itinera, die duidelijk gemotiveerd – zelfs op het randje van geëmotioneerd – deze boodschap tijdens de boekvoorstelling de politieke verantwoordelijken voor de voeten gooide.
De Itinera denktank levert traditiegetrouw geen half werk. Hun nieuwste boek is in de eerste plaats een exhaustief handboek dat met feiten, cijfers en inzichten het hele probleem van de vergrijzing en de impact ervan op allerlei vlakken in onze samenleving helder en overzichtelijk in kaart brengt. Het reikt ook een (te?) lange lijst aanbevelingen aan en zoekt vooral oplossingen op drie niveaus: micro (wat het individu en zijn onmiddellijke omgeving zelf kan doen), meso (wat op lokaal, gemeentelijk of organisatorisch vlak kan gebeuren) en macro (wat de overheid, de financiers, het beleid kunnen doen).
Na een heldere “status questionis”, volgt een (vrij algemene) SWOT analyse. Waar staan we vandaag sterk of zwak en waar liggen de opportuniteiten en bedreigingen? Daarna duik je meteen in het toekomstgerichte deel van het werk, met een exhaustieve lijst voorstellen, voorbeelden en aanbevelingen.
Ik las het boek uiteraard met de geneesmiddelensector en de apotheek voor ogen, waarbij ik enkele nuttige denkpistes oppikte en wat verder uitwerkte. Ze zitten, net als in het boek, verborgen in deze tekst. Maar voor de snelle lezers staan ze in cursief, voor de cherry pickers...

Op micro niveau
Itinera, bij monde van auteur Brieuc Van Damme , ziet een vijftal domeinen waarop gewerkt moet worden op individueel vlak:
• Senioren moeten “empowered” worden: geef en deel meer informatie; doe ouderen zelf beslissingen nemen en laat hen meer verantwoordelijkheid voor woonst, zorg en leven.
• Babyboomers zijn en blijven actieve en veeleisende consumenten: trek de markt dus open, met meer keuze op vlak van prijs en kwaliteit.
• Oud worden moet “gewoon” en “leuk” worden: tijdens de laatste fazen van het leven moet men dus niet van de ene voorziening naar de andere verhuizen; zorg dat men kan blijven wonen in adequate omstandigheden, waarbij familie, buren, mantelzorgers en vrijwilligers soepel en zonder overbelasting kunnen bijspringen.
• Informatietechnologie en gezondheidseconomie verhogen de efficiëntie en de transparantie.
• Eerstelijn zorgverstrekkers moeten betere “doorverwijzers” worden, die de weg wijzen naar het juiste type zorg, infrastructuur of hulpmiddel, afgestemd op de individuele behoeften.

Empowerment
Zowel ‘feitelijk’ als ‘gevoelsmatig’ moet zelfredzaamheid bij ouder wordende mensen aangemoedigd en mogelijk gemaakt worden. “Empowerment” betekent mensen zelf laten kiezen voor de woonst, de zorg en de manier van leven die ze zelf willen, op basis van voldoende informatie, die vlot en volgens eigen behoefte toegankelijk moet zijn.
Itinera stelt in dit hoofdstuk “empowerment” iets te snel gelijk aan ‘investeren in meer preventie’, terwijl het eigenlijk zou vertaald moeten worden in het verleggen van de focus van de zorgverstrekkers naar ‘motiveren’, ‘informeren’ en ‘ondersteunen’.
Voor zorgverstrekkers (en apothekers) is dat meteen een uitdaging, want dat betekent werken in een horizontale relatie en zorg op maat (dus minder top-down en minder accent op producten, medische zorg en technische prestaties).
Zorgverstrekkers zouden de visie en het gedrag van patiënten (eigenlijk ‘cliënten’, zo lang ze nog niet ziek zijn!) moeten ombuigen naar maximale zelfredzaamheid. Dat veronderstelt dat zorgverstrekkers zich zo lang mogelijk overbodig moeten maken. Een ferme uitdaging, want zorgverstrekkers zullen daar hard moeten aan werken, zonder er (vandaag) voor betaald te worden. Een arts of apotheker die zich minder nodig of zelfs overbodig maakt, snijdt vandaag in zijn eigen inkomen. Om te starten met meer zelfredzame patiënten en minder zorgprestaties zijn dus nieuwe vergoedingsmethoden voor zorgverstrekkers nodig.

Actieve en veeleisende consumenten
Babyboomers zijn anders dan de bejaarden van vandaag : het zijn actieve, veeleisende zorgconsumenten. Sinds mei ’68 weten ze dat je kritisch mag zijn en voor je mening moet uitkomen. Ze zullen ook op hogere leeftijd hun levensstandaard niet willen zien dalen. Daardoor zal er meer focus komen voor de verhouding ‘kost/kwaliteit’ op de zorgmarkt. Want babyboomers zijn enerzijds meer levenskwaliteit gewoon, maar zijn anderzijds ook gewoon om zelf een belangrijk deel van de kosten te dragen.
Dat wordt een opportuniteit voor wie medicatie levert aan rustoorden of aan polymedicatie patiënten thuis: de bejaarde van 2015 of 2020 zal in de eerste plaats een uitstekende dienstverlening willen (farmaceutische zorg op maat: geïndividualiseerde medicatieverpakking en persoonlijke begeleiding) voor zover die aan een faire prijs wordt geleverd.
Levenslang wonen
Ouderen moeten langer kunnen blijven wonen, zeker daar waar ze na hun carrière neerstrijken. De inrichting van die woonst en de nabijheid van alle nodige voorzieningen (winkels, ontspanning, verzorging...) moeten vanaf dan al aangepast zijn, tegen de tijd dat ze minder mobiel zullen worden. Het “Prinsenhof” voorbeeld in het boek, doet daar zelfs nog een schepje boven op, namelijk de vorming van een ‘community’ van de bewoners, die elkaar helpen om ‘samen sterk’ te blijven.

IT en HTA
Informatietechnologie brengt drie belangrijke baten voor de kwaliteit van de gezondheidszorg:
1. meer respect voor gezondheidsrichtlijnen en -standaarden;
2. meer transparantie, dus betere controle en toezicht van de patiënt;
3. minder fouten met medicatie.

Méér IT leidt ook tot meer HTA (Health Technology Assessment): het evalueren van (ook hier weer) de kosten/baten verhouding.
Die knop moeten we in de geneesmiddelensector helemaal leren omdraaien: vanuit de data die we genereren in onze dagelijkse praktijk, zouden we systematisch steeds (geanonimiseerd) kosten en baten moeten registreren en (laten) evalueren. Dat doen we vandaag, omwille van drogredenen zoals privacy en beroepsgeheim, niet of onvoldoende.
(Het boek bevat overigens ook een reeks interessante innoverende voorbeelden hoe IT ingezet kan worden om ouderen, gehandicapten of beginnende dementerenden langer zelfredzaam te houden).

Sterke doorverwijzers
Eerstelijnszorgverstrekkers zijn best geplaatst om ervoor te zorgen dat patiënten niet alleen zo lang mogelijk thuis en zelfredzaam zijn; ze kunnen ook het best beoordelen wanneer, naar waar en hoe lang ouderen eventueel beter op een andere plaats, voorziening of instelling verzorgd moeten worden, zeker wanneer het aanbod veel groter zal worden dan vandaag. In hun vorming en navorming moet hiervoor wel meer plaats worden gemaakt.


Op meso niveau
Tussen het individuele niveau en het beleid, ziet Itinera een belangrijke taak weggelegd voor het ‘meso’ niveau: zowel lokaal of gemeentelijk als op ‘organisatie- of verenigingsniveau’. Hier lanceren de auteurs een reeks nieuwe modellen en denkpistes, die soms heel ver liggen van de huidige aanpak. Ze zijn echter niet alleen plausibel maar ook de moeite van het verkennen waard.

Niet of/of, maar en/en
Vastgeroeste modellen moeten worden herzien. We moeten niet zozeer “of/of” keuzes maken. We moeten leren denken in termen van diversificatie van het aanbod; “en/en” dus.
Om te beginnen moeten we aanvaarden dat de huidige organisatie- en betalingsmodellen, gebaseerd op het verlenen van acute zorg, naar andere, meer specifiek chronische zorgmodellen zullen moeten verschuiven. Zorgberoepen voor ouderen moeten aantrekkelijker en vooral meer gediversifieerd gemaakt worden.
Itinera breekt ook een lans voor een radicale herziening van de subsidiëringpolitiek, waarbij niet alleen het onderscheid tussen OCMW-, vzw- en privé-instellingen zou wegvallen, maar waarbij investeringen in infrastructuur voor “zorg” en voor “wonen” helemaal van elkaar gescheiden zouden worden. Ook dat leidt tot meer diversificatie van het aanbod.
De auteurs noemen dit een noodzakelijke ‘grijs’ segment in de markt, tussen het ‘wit & zwart’ dat vandaag bestaat (ofwel thuis blijven; ofwel in een rustoord of RVT gaan). Ouderen moeten zelf een pakket kunnen samenstellen van zorg en wonen, op maat van de individuele behoeften. Dat leidt ook tot een meer concurrentiële markt, in het belang van de ouderen net als van de overheid. Een meer dynamische, gediversifieerde en concurrentiële markt is uiteindelijk zelfs in het voordeel van de zorgaanbieders, want het zal hen aansporen tot meer creativiteit en het beter afstemmen van hun aanbod op de echte behoeften van hun consumenten / patiënten.

Desinstutionaliseren en informeren
Eén van de belangrijkste gevolgen van dit beleid, moet het “desinstutionaliseren” worden (probeer het maar één keer uit te spreken!): minder bejaarden in instellingen. Een ongelooflijke opportuniteit waarop apothekers met hun deel van de farmaceutische zorg zeker moeten inspelen. Dus aub geen regeling voor individuele herverpakking van medicatie (via robots) uitsluitend voor rustoordbewoners, maar wel een regeling die een geïndividualiseerd medicatiepakket toelaat – neen, die verplicht ! – voor elke “gepolymediceerde” patiënt (vanaf bvb. het gebruiken van 3 à 4 verschillende medicijnen per dag). Op maat verpakte “hardware” (pillen) met individuele “software” (gepersonaliseerde polymedicatie bijsluiters). Een droom die hopelijk snel uitkomt. De patiënten wachten!
Dat ‘wit, zwart en grijs’ model met meer diversificatie en keuze kan uiteraard slechts optimaal werken als de oudere patiënt vlot en goed geïnformeerd wordt over de keuzemogelijkheden die lokaal beschikbaar zijn. Naast doorverwijzende eerstelijnswerkers zal het internet, met name Web 2.0 ‘communities,’ hierbij een belangrijke rol gaan spelen. Het lokale zorgaanbod moet ook goed gecoördineerd worden. Beide taken worden door de auteurs op plaatselijk, gemeentelijk niveau gelegd, heel dicht bij de patiënten en ingebed in de lokale structuren van wat een hecht zorgteam moet worden. Men praat hier eerder van “life coaches” dan van zorgcoördinatoren, want deze begeleiding moet veel vroeger starten, met het oog op empowerment en zelfredzaamheid, eerder dan te wachten “tot het thuis niet meer kan” en men op zoek moet naar opvang elders.
Vergeleken met de versnipperde archipel van ouderen- en gezondheidszorgeilandjes (‘ieder voor zich en God voor ons allen’) is er dus nog een hele weg te gaan.

Woonzorgcentra en woonzorgzones
Voorzie meer “aanleunwoningen” en “kangoeroeflats” (en nog enkele andere innovatieve woonvormen) raden de auteurs aan. De eerste zijn volwaardige, aparte woningen in een woonzorgcentrum die dagelijks beroep doen op de zorgdiensten die het centrum aanbiedt. De tweede zijn flats waarbij ouderen en jonge gezinnen, hoewel apart, naast en bij elkaar wonen met duidelijke afspraken om elkaar te helpen. De ouderen doen bijvoorbeeld de naschoolse opvang van de kinderen, de jongeren nemen in ruil daarvoor taken op zich die de ouderen niet meer aankunnen. Creatieve oplossingen die minder kosten en veel menselijker zijn dan dure, georganiseerde zorg.

Het macro niveau
Het beleid en zelfs de zorg- en ziekteverzekering moeten zich in feite terugtrekken uit het minutieus willen regelen van de markt. Dat kan trouwens haast niet meer bij een sterk gediversifieerde aanbod. Maar wat worden dan de taken van politiek en verzekeraars? Hoe kunnen nieuwe modellen voor de organisatie en financiering van de markt eruit zien?
Overheid en markt complementair maken
Meer vrije markt en marktwerking is volgens de auteur onafwendbaar en noodzakelijk. Maar welke taken moet de overheid dan op zich nemen om dit toch in goede banen te leiden? Kwaliteitscontrole, risicoverevening (het zo onafhankelijk mogelijk uitbalanceren en spreiden van risico’s; zeg maar ‘het bewaken van de solidariteit’), informatieverschaffing, coördinatie en in bepaalde (beperkte!) gevallen inkomensondersteuning en vooral een mededingingsbeleid “met tanden”. Dat zijn voor Itinera de taken die de overheid zelf of in aanbesteding moet waarnemen. Door bvb. vraag en aanbod geografisch helder in kaart te brengen, zullen ouderen ‘met hun voeten’ kunnen kiezen en gaan waar ze het snelst geholpen zijn. Talrijke voorbeelden in “Het Grijze Goud” illustreren zeer tastbaar hoe een dergelijk beleid eruit zou kunnen zien.

Betekent dit het einde van de OCMW’s en de VZW’s? Helemaal niet, want het is en blijft een en/en verhaal, geen of/of keuze. Alle betrokkenen moeten volgens deze visie echter wel actiever, dynamischer en vooral creatiever zorgen voor meer diversiteit en meer keuzemogelijkheden, afgestemd op de reële behoeften van de senioren, eerder dan van wat “van boven af” gepland, geregeld, gefinancierd en aangeboden wordt.

Financierings- en verzekeringsmodellen
Itinera put uit een reeks concrete (buitenlandse) modellen en schuift een andere aanpak naar voor, zowel voor de inkomstenzijde (de zorgverzekering) als de uitgavenzijde (de zorgrekening). Uiteraard sluiten beide modellen aan bij de voorstellen die in het micro- en meso hoofdstuk werden gedaan.
Voor beide modellen wordt een heldere catechismus gegeven: zie na deze boekbespreking de tien geboden van de zorgverzekering en de acht geboden van de zorgrekening.

Conclusie
Naast enkele verwaarloosbare zwakkere momentjes zetten Itinera en auteur Brieuc Van Damme een sterke analyse neer en overstijgen ze royaal de probleemanalyse: het boek staat bol van denkpistes voor plausibele oplossingen. Het boek eindigt trouwens met elf pagina’s waarin de 84 aanbevelingen nog eens op een rijtje worden gezet.
Het debat wordt dus wel degelijk open getrokken met inhoud en onderbouw. Het enige wat de zoektocht naar een nieuwe aanpak in de weg kan staan is ‘emotie’. Wil je je vrees voor verandering onderdrukken, lees dan volgende conclusie van de auteurs eens door de bril van een Babyboomer. De beschikbaarheid en de kwaliteit van de toekomstige ouderenzorg zal immers afhangen van het resultaat van de aanpak van vandaag:

“Angst is een slechte raadgever en met paniekvoetbal behoudt men in het beste geval de nul. De keerzijde van de vergrijzingmedaille verbergt tal van opportuniteiten, maar dan moeten we wel het maatschappelijk draagvlak vinden voor ingrijpende hervormingen: een nieuwe, frisse kijk op de toekomst, met meer mondige, “empowerde” senioren, met meer diversiteit en dus keuze op vlak van wonen (woonzorgzones) en zorgmodellen, waaruit ze via hun eigen bestedingsbudget kunnen kiezen. Met meer marktwerking, teneinde maximale “value for money” te genereren”.

Dirk Broeckx – 14 november 2010

De tien geboden van de zorgverzekering:
1. De verzekerde mag niet zelf de mate van zorg kunnen manipuleren. Deze moet objectief vastgesteld kunnen worden.
2. De samenhang van risico’s is een fundamenteel probleem voor een verzekeraar die nood heeft aan diversificatie. Hoe groter de groep en hoe breder de leeftijdsverdeling van de groep verzekerden, hoe lager de premies en hoe hoger de potentiële uitkeringen.
3. Zeker is het dat we allemaal oud worden en daardoor op bijkomende diensten en producten een beroep zullen moeten doen. Veel minder zeker is hoe zwaar onze afhankelijkheid wordt. De zeer waarschijnlijke zorgkosten kunnen technisch gezien wel worden verzekerd, maar horen eigenlijk thuis in een al dan niet verplicht spaarsysteem. Om de premies zo laag mogelijk te houden zouden verzekeringsproducten dus in de eerste plaats de onvoorspelbare zorgkosten moeten dekken.
4. Een vroege adoptie opent opportuniteiten van risicopooling en financieringscapaciteit, maar de vaste kosten en onzekerheid pleiten tegen te vroeg afsluiten van dergelijk contract. Ook deze verzekering lijdt aan het fenomeen van antiselectie waarbij goede risico’s de verzekeringspool verlaten waardoor de financieringsbasis voor de andere problematisch wordt. Een verplichte aansluiting vanaf een bepaalde leeftijd kan hieraan remediëren.
5. Iedereen heeft baat bij een correcte doorverwijzing en minutieuze gegevensregistratie, want hoe groter de onzekerheid en de prospectieve gebruiksduur van ouderenzorgdiensten, hoe hoger de premies.
6. Bij verzekeringen is ‘moral hazard’ een standaardprobleem: door onobserveerbaar gedrag kan de verzekerde zelf bepalen of hij voor uitbetaling al dan niet in aanmerking komt. Typisch wordt hieraan tegemoetgekomen door een franchise.
7. Informatie is cruciaal om de polissen strikter te doen aansluiten bij de behoeften.
8. Nefaste potentiële interacties tussen verschillende financieringsvormen kunnen worden vermeden door risicoverevening, betalingsbijstand en een goed mededingingsbeleid.
9. Vanwege de omvang van de toekomstige zorgnoden is het essentieel de financiering ervan zo snel mogelijk te beginnen. Terwijl de eerste babyboomers nu op pensioen vertrekken, valt de druk vanuit deze groep op de ouderenzorg twintig jaar later. Dit laat ruimte om bijvoorbeeld een belangrijke kapitalisatiecomponent onder te brengen in dergelijke verzekeringen. Zo kunnen de babyboomers zelf nog directe verantwoordelijkheid opnemen.
10. Concurrerende verzekeraars worden verwacht voorzichtige zorginkopers te worden in naam van hun verzekerden. Voorwaarden hiervoor zijn een acceptatieplicht en de mogelijkheid kosteloos van de ene naar de andere verzekeraar te kunnen overstappen.

De acht geboden van de zorgrekening:
1. Om te vermijden dat mensen hun budget aan andere dingen dan zorg zouden uitgeven werken we met een fictieve zorgrekening die de functies van een digitale zorgcheque overneemt.
2. Om de administratiekosten zo laag mogelijk te houden integreren we de zorgrekening best met bestaande instrumenten zoals het Globaal Medisch Dossier.
3. Alle betrokkenen moeten toegang hebben tot het GMD en de zorgrekening van de gebruiker die op die manier snel op de hoogte gebracht kan worden wanneer de rekening te snel leeggehaald zou worden.
4. Omdat de gebruiker alleen een eventuele franchise (remgeld) zou moeten voorschieten komt de zorgrekening de facto neer op een derdebetalerssysteem dat de zorgtoegankelijkheid verbetert, en de betalingsmodaliteiten vereenvoudigt en beveiligt.
5. Meeruitgaven waar de gebruiker volgens zijn zorgbehoevendheidsgraad en verzekeringspolis geen recht op geeft moeten uit eigen zak worden betaald. Op die manier responsabiliseert men de gebruiker en koppelt men verantwoordelijkheid aan vrijheid.
6. Laat de gebruikers toe tussen verschillende verstrekkers te (s)hoppen. Zo wordt de kaart van het zorgcontinuüm getrokken, creëer je een dynamische markt die zich constant zal moeten heruitvinden en wordt echte zorg op maat gerealiseerd.
7. Koppel het bestedingsmodel aan het verzekeringsmodel om zo veel mogelijk vruchten van de marktdynamiek te rapen.
8. Onafhankelijke, geconsolideerde informatieverstrekking over prijs en kwaliteit van de verschillende diensten en verstrekkers is cruciaal.

De belangrijkste karakteristieken volgens Brieuc Van Damme:
Het Nirwana van ouderenzorg in 7 delen.
• Kwaliteit:
o Objectieve, transversaal gepresenteerde informatie.
o Meer samenwerking en continuïteit van de zorg.

• Toegankelijkheid:
o Huidige programmatienormen durven in vraag stellen.
o De gebruiker als consument zijn rol doen spelen (= laten kiezen met de voeten).

• Spreiding en diversificatie van het aanbod:
o Woonzorgzones...

• Vrijheid:
o Senioren op tijd voorbereiden.
o De zorgrekening geeft bestedingsautonomie.

• Autonomie:
o Levenslang wonen, thuis en in de buurt.
o Gerontechnologie.

• Samenwerking:
o Mantelzorgers arbeidsrechtelijk beter beschermen en gelegenheid regelmatig geven om “op adem te komen”.

• Kostenbeheersing
o Versterk de eerstelijn.
o Ouderenzorgverzekering.
 

 


‹‹‹Back






Copyright © 2019 Dirk Broeckx – All rights reserved.
Privacy beleid | Sitemap
webdevelopment Siteffect