Home What do we offer ? Contact Video

TRAININGS

17/02/2017 - De Conferentie Eerstelijnszorg in 10 aandachtspunten en 10 componenten

De Conferentie Eerstelijnszorg is voorbij. Het evenement werd ruim een jaar voorbereid; met heel veel volk. Op 16 februari 2017 werd een hele dag vergaderd (met nog eens ± 1.000 deelnemers).

Moeilijk om dat allemaal samen te vatten. En ik ben vooral benieuwd hoe snel we die vele goede voornemens (allemaal samen ?!) zullen uitvoeren.

Om daar toch een beetje structuur in te brengen, volgt hier een ‘impressionistisch’ (pointillistisch ?) beeld van deze boeiende dag in de vorm van 10 “aandachtspunten” en 10 “nieuwe componenten”. Dit is wat bij mezelf ‘top of mind’ is blijven hangen:

AANDACHTSPUNTEN

1. De patiënt heeft één betrouwbare en complete informatiebron nodig.

Kijk af van Nederland en breng ook hier gauw de combinatie Betrouwbarebron.nl, Thuisdokter.nl en Kijksluiter.nl (maar dan in een Belgisch kleedje) online.

2. De patiënt is een volwaardige partner van het zorgteam.

Dat principe wordt eindelijk helemaal erkend. (Toch werd ‘de patiënt’ sporadisch gedurende de dag nog wat te veel in zijn oude rol terug neergezet).
Zelfredzame patiënten moeten we “activeren” en laten participeren in elke beslissing. Behandel de patiënt niet langer als “iemand die er minder van afweet dan wij” en deel zonder schroom of “schrik voor allerlei kwalijke gevolgen” het hele dossier met de patiënt.

3. We moeten ook zorg dragen voor de mantelzorger.

Bij minder zelfredzame patiënten zijn mantelzorgers de essentiële “tussenschakel” om – ook hier – de patiënt als een volwaardig lid van het zorgteam te activeren. Zij verdienen dus ook erkenning en ondersteuning.

4. Accountability !
Verantwoordelijkheid nemen, verantwoording afleggen, transparantie van middelen en resultaten… Stuk voor stuk dingen waar we vandaag ‘rationeel’ allemaal ‘ja’ tegen zeggen, maar ‘emotioneel’ stilletjes ‘neen’ doen.
De kreet “JEE” klinkt hier te veel (= ik zeg ‘ja’, maar doe ‘neen’)

5. Gezondheidsongelijkheid

Het verschil op vlak van (verwachte) gezondheid en levensduur tussen de lagere en hogere socio-economische (en educatie-) groepen is veel te groot. Dat probleem staat (eindelijk) weer een stuk hoger op de agenda.
Maar ik hoorde nog te weinig concrete voorstellen wat we in de dagelijkse praktijk gaan doen om het zorgaanbod, de informatiekanalen en de daadwerkelijke ondersteuning radicaal aan te passen aan de verschillende (‘gezondheids-culturele’ !) behoeften van deze ‘meest-behoevende’ bevolkingsgroepen.

6. Persistent inefficiencies, combined with new expectations and preferences

We moeten durven onze eigen in-efficiënties aan te pakken en (tegelijkertijd !) ons zorgmodel verschuiven van een aanbod-, naar een vraag-gestuurd model.
Beiden fundamental changes vragen grote moed. Die zal er zo goed als zeker pas komen wanneer verschuivingen in het vergoedingsmodel ons helpen om de noodzakelijke motivatie en ‘moed’ te vinden…

7.    3 uur in contact met het zorgteam… en 8.757 uur alleen !

Een patiënt is hoogstens een handjevol uren per jaar rechtstreeks in contact met leden van zijn zorgteam. De rest van het jaar laten we hem/haar eigenlijk aan zijn lot over.
Echte ‘empowerment’ en mobile health (in de breedste zin van het woord) zijn dringend nodig om die cijfers in evenwicht te brengen.

8. Minder “Volume” of “Kwantiteit” en meer “Coaching” en “Kwaliteit”

De manier waarop we vandaag onze ‘productie’ meten (omzet ; aantal prestaties ; geld) moet aangevuld worden (en eigenlijk zelfs helemaal vervangen worden !) door het meten van de behoeften en de resultaten op vlak van “coaching” van patiënten.
Het meetbaar maken van ‘gezondheidsoutput’ en ‘kwaliteit’ van de zorg wordt een absolute prioriteit.

9. Respect voor elkaars rol

Zorgberoepen weten te weinig van elkaar wat ze te bieden hebben. Er is nood aan meer kennis over elkaars complementariteit en meer respect voor elkaars toegevoegde waarde. Met minder schrik voor terreinverlies of verschuiving / verdeling van taken en verantwoordelijkheden.
De huisarts kan perfect de ‘spelverdeler’ zijn en blijven, maar hij zal alle andere zorgverstrekkers ook volwaardige taken moeten toespelen en niet langer het spel naar zich toe trekken.
Bij volleybal heeft de ‘spelverdeler’ ook een centrale rol, maar het is meestal de kleinste speler (in lengte) van de ploeg en het zijn de ploegleden aan het net die smashen, blokken en punten scoren…

10. De roltrap (schitterend beeld vanuit Wales)

De gezondheidszorg lijkt vandaag op een roltrap: de eenvoudigste zorg staat onderaan en de meer complexe hogerop. Momenteel zetten we patiënten meteen op die roltrap (naar boven). Slechts een handjevol procenten van het budget gaan naar zelfzorg en preventie; indien we daar meer op inzetten, hoeven patiënten gewoon nooit op die roltrap terecht te komen.

‘NIEUWE’ COMPONENTEN

1. Eerstelijnszones

Dit wordt de nieuwe benaming voor de (± 60) geografische gebieden waarbinnen de zorgcoördinatie in eerste instantie moet gebeuren. (‘Eerstelijnszones’ vervangt dus ‘zorgregio’s’). Het onderscheid tussen eerste-, tweede- en zelfs derde lijn, valt voor een groot stuk weg !

2. eGezondheid Actieplan : uitvoeren !

"Het interministeriële ‘Actieplan eGezondheid 2013-2018’ moet en zal onverkort worden uitgevoerd".
Ik hoor het graag. Er is al veel geinvesteerd in ICT-ondersteuning en éénlijn.be krijgt ook de volgende jaren  middelen en ruimte om informatie en opleiding te geven waar nodig.
We zien de gebruikscijfers stilaan groeien, maar onderschat de resterende technische en mentale obstakels zeker niet. De kopgroep is min of meer gestart, maar het peleton aan boord krijgen, zal slechts lukken wanneer het gebruik van alle digitale diensten vlot(ter) zal lopen en de nodige incentives / vergoedingen integraal deel zullen uitmaken van de (nieuwe) zorgmodellen en vergoedingssystemen.

3. Concrete methoden om patiënten effectief te betrekken bij beslissingsprocessen in de zorg

Goede intenties hebben we genoeg. Nu moeten we onszelf de praktische tools geven om ze ook concreet uit te voeren en echt te leren luisteren naar ‘wat patiënt willen’. Daar zijn nieuwe communicatie-vaardigheden voor nodig die elke zorgverstrekker eigenlijk zou moeten beheersen. We moeten die dus dringend ontwikkelen en inoefenen tot ze ‘het nieuwe normaal’ worden.

4. Online hulp (maar wel kwalitatief)

Het hele zorgteam moet patiënten ‘van thuis uit’ / digitaal  kunnen ondersteunen. Daar moeten we niet alleen technisch, maar ook reglementair en qua zorg- en vergoedingsmodel de best mogelijke oplossingen voor ontwikkelen en aanbieden.

5. Regie op gemeentelijk niveau

Naast de herschikking van het landschap in Eerstelijnszones, zal de regie en coördinatie ook op gemeentelijk vlak afgestemd moeten worden. De gemeente of de wijk (in steden) is het ‘laagste’ echelon waarop de zorg het best kan worden afgesproken en aangestuurd.
Om het “subsidiariteitsprincipe” echt toe te kunnen passen moet dat niveau dringend geactiveerd worden. Naast zorgverstrekkers, komen dan allerlei andere stakeholders mee aan tafel (sociale werkers, gemeentelijke diensten, politie, lokale verenigingen…)

6. Vlaams Eerstelijns Instituut: ‘meer coaching voor de uitvoerders op het terrein’

Meer ondersteuning voor de diverse stakeholders op het terrein.

De ICT-ondersteuning die éénlijn.be geeft, wordt definitief ingebed in dit instituut.

Het Instituut zal ook veel breder ondersteuning bieden: alle nieuwe componenten zullen moeten worden uitgebouwd, aangeleerd, ingeoefend, praktisch ondersteund…
Hopelijk komt er ook snel een heus ‘oefenplatform’ voor nieuwe activiteiten: de gezondheidszorg heeft grote nood aan ‘vluchtsimulators’, waarin je nieuwe procedures en technieken met ‘oefenpatiënten’ kan inoefenen, vooraleer je ze op echte patiënten loslaat. In de luchtvaartsector is dat al lang gemeengoed.

7. Tegen 2020 : een ‘gedeeld digitaal zorg- en ondersteuningsplan’

Vitalink wordt uitgebreid met nieuwe functies :

  • Journaal & Agenda
  • Zorgplan
  • Zorgkaart

Samen met de bestaande functies, zorgen die voor een compleet en gedeeld ondersteuningsdossier voor elke patiënt.

8. Levensdoelen

De aandacht verschuift fors naar de levenskwaliteit van de patiënt. Men houdt – gelukkig ! – steeds meer rekening met wat de patiënt zelf wenst. De zorg moet daarop afgestemd worden. Men stelt niet langer medische zorgdoelen als ultiem objectief, maar mikt eerst op aanpassen van het zorgaanbod op de ‘levensdoelen’ die de patiënt individueel zal kunnen / moeten identificeren.

9. Zelfzorg -> Zorg coördinator -> Casemanager

De knoop wordt goed doorgehakt rond de aanpak van een betere zorgomkadering, door drie niveaus te onderscheiden:

  • Zelfzorg: de patiënt (en/of zijn mantelzorger) zorgen zoveel mogelijk nog zelf voor de zorgcoördinatie, zeker wanneer ze voldoende zelfredzaam zijn en het zorgpakket / zorgteam niet te ingewikkeld is. Een goede (lokale) ‘zorgkaart’ wordt een handige tool om het overzicht van het zorgaanbod in al zijn facetten te bewaren.
  • Zorgcoördinator: wanneer dat eerste niveau niet meer volstaat, neemt een zorgcoördinator de taak over. Die ondersteunt de patiënt en ‘wijst de weg’ naar de diverse zorgvoorzieningen die van pas kunnen komen. In principe kan eender welk lid van het zorgteam deze taak opnemen (dus niet alleen de huisarts en/of de verpleegkundige !), op basis van de nabijheid,  het goede contact en de vertrouwensrelatie met de patiënt.
    Zorgcoördinator is een ‘functie’ en geen ‘aparte job’. Naast een lokale zorgkaart, beschikt de coördinator over een ‘menu’ van lokaal afgesproken zorgplannen. Daarin wordt vastgelegd welke de to do’s zijn (voor een bepaald type patiënt) en wie deze kan uitvoeren. Sommige behoeften kunnen immers door diverse leden van het zorgteam worden ingevuld. Het zorgplan geeft een overzicht wat moet gebeuren en wie het -- al dan niet -- gedaan heeft.
  • Casemanager: dit is wél een ‘aparte job’, voorzien in de meest complexe en zorgbehoevende gevallen. Dan neemt een casemanager de taak over om alle betrokken instellingen en actoren (nog veel pro-actiever) te coördineren.

10. Gesloten of open netwerkstructuren ?

Er werd bijwijlen vurig gepleit voor ‘vaste netwerken van zorgverstrekkers’. In de Beleidsvisie wordt die idee niet weerhouden en wordt – wijselijk – gemikt op (veel beter !) gecoördineerde zorgteams die de patiënt zelf kan samenstellen, op basis van zijn vrije keuze.

Groepspraktijken die een eigen, compleet interdisciplinair team aanbieden (= ‘onder een dak” : artsen, verpleging, kiné, ergo…) zal men niet verbieden, maar worden niet de ‘standaard’.

Vlaanderen mikt – via alle bovenstaande punten samen – op virtuele netwerken die volgens goed afgesproken (lokale) zorgplannen samenwerken. Meer digitale ondersteuning en een efficiëntere, tastbare en zichtbare coördinatie van alle activiteiten wordt de norm.

Het tijdperk waarin we, elk op ons eilandje, bezig waren met ‘ons stukje van de zorg’ wordt afgesloten.

Dirk Broeckx – 17 februari 2017

 

REAGEER

 

 

 

 


‹‹Back






Copyright © 2017 Dirk Broeckx – All rights reserved.
Privacy & Disclaimer | Sitemap
webdevelopment Siteffect