Home What do we offer ? Contact Video

TRAININGS

28/04/2015 - De “Dark Matter” van de sociale ongelijkheid “revisited”

Op 7 maart jl. verscheen hier een artikel over sociale ongelijkheid. Daarin wees ik op de enorme verschillen in “gezonde levensjaren” tussen de bevolkingsgroepen met hoogste, respectievelijk de laagste opleidingsniveaus. De extra jaren “in slechte gezondheid” vormen een zware last (kost) voor de sociale zekerheid. Deze problematiek zou dus veel meer aandacht moeten krijgen.

In een reactie zond Ri De Ridder me recenter cijfermateriaal, met de vraag hierop terug te komen, wat ik bij deze graag doe. In een notendop:

De verschillen in “te verwachten gezonde levensjaren” en in “jaren van chronische ziekten” tussen de hoogst en de laagst geschoolde bevolkingsgroepen zijn minder groot dan oorspronkelijk becijferd, maar ze zijn nog steeds dramatisch hoog !

Wat een blogger blij maakt
Een blog schrijven wordt pas leuk wanneer de lezers reageren of participeren, zelfs indien je daarbij op fouten wordt gewezen. Door op elkaars schouders te staan kunnen we hogerop geraken.

Ik vond het dan ook boeiend dat Ri De Ridder (RIZIV) reageerde op het artikel “Sociale Ongelijkheid : 'dark matter' in de gezondheidszorg” dat hier verscheen op 7 maart 2015. Hij was verwonderd over de gebruikte cijfers en voerde commentaren en relevante artikels aan met de vraag de hele zaak nog eens terug te bekijken.

Dank aan Dr. Françoise Renard van het WIV die een uitgebreide analyse bezorgde en ondermeer verwees naar de publicatie "De Sociale Ongelijkheden in België" (NL) “Les inégalités sociales de santé en Belgique(FR) (2010) van Herman Van Oyen e.a., waaruit de volgende (recentere) cijfers worden geciteerd. De cijfers waarop ik me in maart baseerde dateerden van ± 1991. Nu volgt recenter cijfermateriaal, waarbij weliswaar cijfers van 2001 gecombineerd worden met cijfers uit een andere census van 2004.

Disclaimer
Laat ik meteen toch maar (voor één keer) een disclaimer zetten: ik ben geen epidemioloog, noch een number cruncher. Mijn wetenschappelijke kennis is sowieso beperkt. Ik zet dan ook alleen maar de meest opmerkelijke cijfers onbevangen naast elkaar om aandacht te vangen voor een bijzonder maatschappelijk probleem. Een beetje vervorming van het beeld dat ik hier breng omwille van (beperkte) methodologische fouten, doet geen afbreuk aan de ernst van het probleem.

Wie er helemaal het fijne van wil weten en alle wetenschappelijke nuances wil ontdekken, gelieve (minstens) het volledige cijfermateriaal en de bijhorende commentaren te overlopen in de documenten die je hierboven (blauwe tekst) kan downloaden. Of neem contact op met de experts van het WIV.

De verdeling over de verschillende niveaus van opleiding
In “Dark Matter” van 7 maart werd de groep met het hoogste (universitaire) opleidingsniveau vergeleken met de groep ‘zonder diploma’. Deze laatste groep blijkt  een kleine minderheid te zijn (5% bij de vrouwen en 4% bij de mannen).
Teneinde een maatschappelijk relevant(er) beeld te brengen is het allicht zinvoller om de vergelijking te maken tussen de groep met hogere (universitaire) opleiding (24% van de vrouwen en 25% van de mannen) en deze die alleen een diploma lagere school hebben (19% van de vrouwen en 16% van de mannen).

Maar kijk verderop toch ook even naar de vergelijking met die kleinere groep "zonder diploma": de cijfers zijn ronduit dramatisch.

Mortaliteit
Op basis van de recentere cijfers heb ik het beeld van vorige blog opnieuw samengesteld. Aan het einde van dit artikel vind je de tabellen waaruit ik heb geput. De levensverwachting (tot overlijden) op 25 jaar bij mannen en vrouwen (in tabel 2.3.1. en 2.3.1.) en de levensverwachting op 25 jaar ‘in goede gezondheid’ (in tabel 3.1.1 en 3.1.2.).

Omdat je bij de cijfers altijd de 25 jaar moet bijtellen, heb ik dat in de volgende grafieken meteen gedaan. Zo krijg je meteen een beeld van de totale leeftijd bij overlijden en verderop het totaal aantal jaren in goede gezondheid.

Voor wat de mortaliteit betreft, is het verschil tussen de groep met ‘hoger onderwijs’ en de groep met ‘lager onderwijs’ groter geworden. Daarbij vallen enkele cijfers op:

- Het verschil is aanzienlijk groter voor mannen dan voor vrouwen. Met hoger onderwijs leven mannen 5,7 jaar langer; vrouwen “slechts” 3,7.

- Het verschil bij vergelijking tussen ‘hoger onderwijs’ en ‘geen diploma’ is aanzienlijk groter: met hoger onderwijs leven mannen 7,4 jaar langer; vrouwen 5,9.

- Kijk ook even naar tabel 2.4. Die toont het aantal ‘extra levensjaren’ die over een periode van 10 jaar gewonnen werden (tussen 1991 en 2001) : ‘zonder diploma’ hebben vrouwen nauwelijks winst en deze mannen hebben zelfs levensverwachting verloren (zie de negatieve cijfers). Terwijl met hoger onderwijs op 25 jaar iedereen meer dan twee jaar levensverwachting heeft gewonnen (mannen 2,35 jaren en vrouwen 2,21).

De slogan ‘elke twee jaar winnen we een extra levensjaar’ moet dus met een korrel zout worden genomen en de gewonnen levensjaren zijn zeer ongelijk verdeeld!

Gezonde levensjaren
Voor wat het aantal levensjaren in goede gezondheid betreft (nog steeds gemeten op de leeftijd van 25 jaar), is het verschil tussen de groep met ‘hoger onderwijs’ en de groep met ‘lager onderwijs’ kleiner geworden.

Daarbij vallen ook volgende cijfers op:

- Bij de vrouwen (waar we vorige keer ook de spotlight op zetten) is de verwachting  in de groep ‘hoger onderwijs’ met 2 jaar gedaald (van 74,1 naar 72,1) en in de groep ‘zonder diploma’ met 4,5 jaar gestegen (van 49,4 naar 53,9).

- De verschillen tussen de groepen is daardoor kleiner geworden, maar nog altijd dramatisch hoog: Vrouwen met ‘hoger onderwijs’ leven 10,8 jaar langer in goede gezondheid dan vrouwen in de groep ‘lager onderwijs’ en zelfs 18,2 jaar langer dan de groep ‘zonder diploma’!

- Bij de mannen is het verschil resp. 9,6 en 18,5 extra gezonde levensjaren.

Ongezonde levensjaren en de kost van (chronische) ziekte
In de blog van maart becijferde ik voor het eerst het (verschil in) aantal ‘ongezonde’ levensjaren. Dergelijke ‘verwachte levensjaren in ongezonde toestand’ zijn niet alleen vanuit sociaal oogpunt oneerlijk verdeeld. Denk ook aan de link met de extra kost die deze ongezonde jaren veroorzaken in de ziekteverzekering en de extra workload voor de gezondheidszorg.

Gelukkig zijn de cijfers hier lager dan wat ik in maart meldde.

- Gemeten op 25-jarige leeftijd, hebben vrouwen met ‘lager onderwijs’ volgend perspectief:

  • tot 61,3 jaar leven ze (gemiddeld) in goede gezondheid
  • ze worden 81,2 jaar oud.
  • het verschil is 19,9 ongezonde levensjaren.

- Dat is 7,6 jaar meer dan vouwen met ‘hoger onderwijs’. Die hebben als perspectief:

  • tot 72,1 jaar leven ze (gemiddeld) in goede gezondheid
  • ze worden 84,4 jaar oud
  • het verschil is : 12,3 ongezonde levensjaren.

- Let wel: wanneer we de vergelijking maken met de groep ‘zonder diploma’, dan wordt het verschil plots 12,8 jaar !
Want die laagste sociale groep heeft als perspectief:

  • slechts tot 53,9 jaar leven ze (gemiddeld) in goede gezondheid
  • ze worden slechts 79,0 jaar oud
  • dit wil zeggen : 25,1 ongezonde levensjaren !

Health Literacy
Klassiek zoeken onderzoekers in deze context de oorzaak om te beginnen bij de klassieke ‘boosdoeners’: roken, zwaarlijvigheid, alcohol gebruik, enz.

Men onderzoekt ook vaak (beperkte piloot-)projecten met ‘interventies’ die de bedreigde groepen moeten helpen. Naar het voorbeeld van de rest van de zorg (het ‘acute’ zorgmodel), hoopt men door iets ‘toe te voegen’ aan de het bestaande zorgaanbod, een beter resultaat te krijgen.

Persoonlijk denk ik dat het grootste verschil zit in de zeer fundamentele aanpak van ‘health literacy

Een werkzame definitie hiervan zou kunnen zijn:
De parate kennis en het mentale beeld dat een individu heeft over zijn eigen lichaam en hoe het werkt; over zijn eigen gezondheidstoestand en mogelijke risico’s. Alsook het (relatieve) belang dat men aan die kennis en het toepassen ervan geeft.

Dat laatste is een onderdeel van de cultuur en de opvoeding. P4F deelnemers denken dan meteen aan het niet-rationele deel, onder de waterlijn, van het ‘ijsberg’-model dat ons gedrag bepaalt.

Hogere sociale klassen hebben niet alleen veel meer toegang tot informatie bronnen (het internet; media; de 'boekskes'...). Het zit ook ingebakken in de cultuur en opvoeding van de hogere klassen. Lagere sociale klassen hebben die toegang in principe ook, maar het relatieve belang dat eraan gehecht wordt in hun leeefwereld is veel kleiner. Dit is een hypothese, maar ze verdient eens grondiger bekeken te worden.

De oplossing ligt dus niet in ‘vroeger en meer lessen over gezondheid in het onderwijs’. We moeten binnendringen en vertrouwd worden met die andere ‘cultuur’ en in alle geledingen van zorg én opvoeding hiermee leren rekening houden.

Zo werkt je lichaam
Tot slot een verhaal.
Toen mijn kinderen een jaar of tien waren, abonneerde ik me op de reeks “Zo werkt je lichaam”. Het bleek een peperduur engagement te zijn, want gedurende een jaar of twee kregen we maandelijks een mooi boek (tekst- en tekenverhaal) en een videocassette (tekenfilm), samen met een gepeperde rekening.
In "Zo werkt je lichaam" ontdekken een jongen en een meisje de werking van het hele lichaam, onder begeleiding van een ‘mentor’ (een wijze man met een zeer lange grijze baard).

Toen mijn kinderen vele jaren later aan de universiteit resp. farmacie en veeartsenijkunde gingen studeren, bleek dat ze de meeste, zelfs behoorlijk complexe concepten van de fysiologie al kenden. Ze hadden spelenderwijze en waarschijnlijk ‘onderbewust’ de stof al geleerd als kind.

Leren over gezondheid en er relatief meer belang aan hechten doe je door de boodschap te verpakken in een geschikte vorm. Boeiende verhaaltjes en spelenderwijze leren, zijn daarbij belangrijker dan 100% wetenschappelijke accuraatheid en volledigheid.

Misschien moeten we gewoon eens goed nadenken en beginnen te investeren in stripverhalen en tekenfilms wanneer we nieuwe bijsluiters of gezondheidscampagnes ontwikkelen.
Misschien moet de overheid een raamcontract afsluiten met de scenaristen van ‘Thuis, ‘Familie’ en allicht ook ‘Ketnet’ om gezondheidseducatie gewoon in te bouwen in verhaallijnen over de populairtse feuilleton personnages. Zo sijpelen kennis en belang vanzelf binnen bij bredere lagen van de bevolking.
Misschien moeten we ons gewoon de vraag stellen hoe mensen in de laagste sociale klassen hun kinderen (en zichzelf) opvoeden in het algemeen en gezondheidsinformatie op hùn golflengte en toonaard laten binnensijpelen...

Dirk BROECKX – 28 april 2015

REAGEER

Madeleine Janssen (29 april 2015)
Bedankt voor je analyse.
Ik kan me ook helemaal scharen achter je oproep in het slot. Ook in onderzoek stellen we heel vaak vast dat "mensen niet houden van leren".....maar dat door story-telling eenzelfde boodschap (maar anders verpakt) wel geabsorbeerd wordt en vaak ook geïmplementeerd wordt in het eigen handelen.

 

s

 


‹‹Back






Copyright © 2017 Dirk Broeckx – All rights reserved.
Privacy & Disclaimer | Sitemap
webdevelopment Siteffect