Home What do we offer ? Contact Video

TRAININGS

14/04/2015 - NOACs’, TARDIS en Moore

We vieren deze maand zowel vijftig jaar “Wet van Moore” als de geboorte van “TARDIS”. Over het eerste zal je dezer dagen allicht iets lezen in de krant. Over het tweede vind je meer dan waarschijnlijk niks.

Toch is het een mijlpaal voor de Belgische gezondheidszorg waar we misschien over vijftig jaar ook op terug zullen blikken. Het is immers het eerste digitale platform waarop patiëntengegevens voor meerdere doeleinden, geïntegreerd opgeslagen en gebruikt worden. En de NOAC’s...? Lees verder !

 

Moore
De Wet van Moore stelt dat het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling door de technologische vooruitgang elke 2 jaar verdubbelt. Gordon Moore is een van de oprichters van Chipsfabrikant Intel. Hij poneerde de wet in 1965 op basis van de allereerste computerchips die ontwikkeld werden. Leg de eerste grafiek (uit het oorspronkelijke artikel) naast de meest recente gegevens (zie figuren).Je ziet hoe embryonaal de evolutie was waarop Moore zich baseerde om zijn “wet” te formuleren en hoe gigantisch de groei de afgelopen 50 jaar wel is geweest, want de y-as is logaritmisch!

Wat Moore er destijds niet bij kon bedenken, is dat die tweejaarlijkse verdubbeling van de capaciteit in feite aan gelijke prijs gebeurt. Daarenboven verschuiven technologische ontwikkelingen (op vlak van design en productie van chips) elk decennium de bovengrens van de wet. Door transistors verticaal en driedimensionaal te positioneren, verwacht men dat de tweejaarlijkse verdubbeling (aan dezelfde prijs) nog minstens 10 jaar kan verder gaan.

Uiteraard geldt de Wet van Moore alleen voor computerchips, maar het blijft me intrigeren dat we in de geneesmiddelensector precies de omgekeerde logica heel normaal vinden: de “gezondheidsproductie” van geneesmiddelen steeg de afgelopen vijftig jaar zeker niet exponentieel, maar de prijzen van nieuwe geneesmiddelen verdubbelden gedurende diezelfde periode wel haast om de twee jaar (ik overdrijf een beetje, maar niet heel veel).

Komen we niet stilaan in een fase waar we – omwille van budgettaire beperkingen ? – bij gelijke prijs, wel degelijk meer gezondheidsoutput moeten gaan produceren ?

Wanneer ik die vraag in debatten (zoals IFB FarmaCafé) stel, krijg ik telkens het deksel op de neus: “Onmogelijk !”, “Elke nieuw geneesmiddel is nu eenmaal duurder dan het vorige…”

Maar kan dat nog wel blijven duren ? En hoe kunnen we dat veranderen ?

Gibson
The future is already here — it’s just not very evenly distributed.

Deze uitspraak is van William Gibson, een sciencefiction auteur die ook de term Cyberspace lanceerde (in het boek Neuromancer, gepubliceerd in 1984). Net als Moore slaagt hij erin de toekomst te voorspellen. Niet door transistors te tellen op chips, maar door goed om zich heen te kijken en nieuwe of vernieuwende patronen te herkennen. Ze zijn de embryo’s van wat komen gaat.

Zo voorspelde Gibson van enkele embryonale IT ontwikkelingen een toekomst waarin een wereldwijd digitaal web bestaat. Hij deed dit in het jaar dat de eerste Apple Macintosh werd gelanceerd, die nog helemaal niet aan een netwerk gekoppeld kon worden en een jaar voor de eerste URL werd toegekend.

Passen we de uitspraak van Gibson toe op de gezondheidszorg en de ontwikkeling van geneesmiddelen, dan komen we uit bij TARDIS en de NOAC’s

TARDIS
Bij de lancering van TARDIS publiceerde het RIZIV volgende historiek op zijn website:

“Begin 2000, met de start van de vergoeding van de 1e anti-TNF, hebben de reumatologen de wens geformuleerd om patiëntendossiers te kunnen hebben met epidemiologische gegevens in het kader van de behandeling van reumatoïde polyartritis.

Als antwoord op die vraag is de SAFE-tool (Shared Arthritis File for Electronic use) ontwikkeld en ontstaan.

Om de kwaliteit van de gegevens te verhogen wilden de reumatologen, overtuigd van het grote belang dat SAFE kan betekenen, evolueren naar een verplichte registratie in SAFE. Bovendien leek het, in het licht van de administratieve vereenvoudiging, logisch om de verplichte registratie te linken aan de mogelijkheid om online de vergoeding van biologische geneesmiddelen aan te vragen in het kader van de behandeling van reumatoïde polyartritis.

SAFE heeft dus plaatsgemaakt voor TARDIS, een volledig vernieuwde versie die toelaat gegevens in individuele patiëntendossiers in te voeren, een nationaal register voor alle Belgische patiënten te creëren maar ook tegelijk online de vergoeding bij ziekenfondsen op een beveiligde en rechtstreekse manier aan te vragen.

Vandaag heeft TARDIS slechts betrekking op de biologische geneesmiddelen voor de behandeling van reumatoïde artritis. De volgende fasen beogen de uitbreiding van het gebruik ervan tot andere therapeutische indicaties en andere geneesmiddelen”.

De Koninklijke Belgische Vereniging voor Reumatologen, die SAFE en TARDIS mee hebben helpen ontwikkelen en die hun leden aanmoedigen het geïntegreerde platform te gebruiken, hebben daarmee geschiedenis geschreven. Allicht was de drijfveer eerder een vlottere terugbetaling en minder paperassen, maar meteen werd de basis gelegd om het gebruik van medicatie en de outcomes voor totale populaties te kunnen opvolgen en analyseren.

Dit is het embryo van een nieuw tijdperk waarin co-creatie en samenwerking centraal staan – zelfs tussen partijen die elkaar tot voor kort als ‘vijanden’ bekeken – en waarbij waardevolle, exhaustieve gegevens over gebruik en resultaten natuurlijk voortvloeien uit de dagelijkse behandeling van patiënten.

Hier ligt het embryo voor klinisch onderzoek in de toekomst.

NOAC’s transversale marketing
In alle stilte mocht ik getuige zijn van een ander embryonaal ontstaan van een nieuw fenomeen. Nauwelijks een jaar geleden stelden een aantal Antwerpse apothekers (leden van het netwerk van Peilapotheken van KAVA) vast dat de NOAC’s (Nieuwe Orale Anti-Coagulantia) waardevolle geneesmiddelen waren, waarover we echter te weinig parate kennis hadden om onze job goed te doen.

We kregen wel dikke pakken met waarschuwende PRAC dossiers in de bus en de (drie) bedrijven die deze producten op de markt brachten, trachtten elk de troeven van hun product voor het voetlicht te brengen, maar toch bleven deze apothekers op hun honger zitten voor wat betreft heldere en praktijkgerichte informatie.

Men ging samen zitten met enkele ‘durvers’ van één van de fabrikanten. Op basis van alle beschikbare documentatie werd een handige samenvatting geschreven door de apothekers, waarin ze bondig en efficiënt de nodige parate kennis bundelden, aangevuld met een hoofdstuk what if vragen (met oplossingen voor problemen of situaties die slechts uitzonderlijk voorkomen).

Dat zorgverstrekkers hun eigen documentatie schreven voor een nieuwe klasse geneesmiddelen is uitzonderlijk. Dat ze alle betrokken bedrijven bereid vonden om dit gezamenlijk te laten doen, is du jamais vu. Want de volgende stap was inderdaad deze brochure uit te breiden, zodat alle NOAC’s naast elkaar gedocumenteerd werden. Niet vanuit het oogpunt van “wie is de beste”; wel vanuit het oogpunt “we moeten de patiënt optimaal kunnen begeleiden, ongeacht welk product hij/zij gebruikt”.

Het eindproduct van deze co-creatie is een handige brochure die door de auteurs, de bedrijven en een academisch panel gevalideerd werd. Ze wordt aangeboden in de context van een avondopleiding (ook door apothekers) en men krijgt er nog ‘neutrale’ patiëntenfolders en een online consulteerbare documentatietool bij. De kostprijs voor dit alles is een fractie van wat elk bedrijf afzonderlijk aan zijn marketing besteedde. Uiteraard durven de productverantwoordelijken het vandaag nog niet aan om hun hele marketing door de apothekers te laten voeren.

Maar ook hier ligt het embryo voor de marketing van de toekomst.

The future is already here… Leer de stukjes van de toekomstpuzzel herkennen en bouw er op voort. Misschien zullen we zo ooit Moore’s Wet ook in de geneesmiddelensector zien verschijnen.

Dirk BROECKX – 14 april 2015

REAGEER

 

 


‹‹Back






Copyright © 2017 Dirk Broeckx – All rights reserved.
Privacy & Disclaimer | Sitemap
webdevelopment Siteffect